PRESS RELEASE - 26 September 2008
Pistoolgarnalen lijken wel wat op onze duinkonijnen. Ze graven gangen, eten (zee-) gras en als ze het goed hebben zitten ze met veel bij elkaar. Maar daarmee houdt de vergelijking wel op. Deze pistoolgarnaaltjes komen in tropische zeegrasvelden voor, zijn 3-5 cm lang, blind, hecht gepaard en leven in nauw fysiek contact met een symbiotisch visje. Op 26 september promoveert de Filippijnse marien biologe Hildie Nacorda aan het UNESCO-IHE op haaar onderzoek naar het voorkomen, gedrag en de ecologische betekenis van deze gravende garnalen.
Pistoolgarnalen doen er alles aan om zo min mogelijk boven de grond te komen, waarschijnlijk om niet opgegeten te worden. Toch moeten ze wel bovengronds om bij hun voedsel te komen en verse zeegrasbladen af te knippen. Daartoe onderhouden ze een ingewikkeld gangenstelsel en maken ze intensief gebruik van hun oplettende visje: ze houden steeds met één antenne contact. Slechts 10% van hun tijd zie je ze boven de grond. Dan sprinten ze naar een zeegrasplant, knippen er een blad af, en brengen het snel beneden in een voorraadkamer. De rest van de tijd besteden ze vooral aan het graven van nieuwe en herstellen van bestaande gangen.
Al dit gegraaf (1 kg zand per vierkante meter per dag) en geknip (een kwart van de dagelijkse bladgroei) veroorzaakt open plekken in het zeegrasveld. Zo handhaven ze een gevarieerd onderwater-parklandschap met levenskansen voor een scala aan andere soorten, inclusief lichtminnende, snelgroeiende pionier-zeegrassen. Het zeegras ondervindt geen merkbare hinder van de begrazing. Mogelijk is het zelfs voordelig, omdat een deel van de schaarse nutriënten met het begraven bladmateriaal niet wegspoelt naar open zee, maar weer beschikbaar komt voor de wortels van het zeegras. Zo blijkt een op het eerste gezicht onopvallend en onooglijk dier een belangrijke ingenieur in het landschapsbeheer van tropische lagunes en baaien met zeegras.